print

Omar Koubâa

1979 Geboren te Hengelo
  Woont en werkt in Hengelo
 
Education
 
2008-2010 Dutch Art Institute (DAI), masterprogramma, Enschede
1999-2001 AKI, ArtEZ, Enschede
2000-2001 Hogeschool voor de Kunsten Utrecht (HKU), Utrecht
1999-2000 Universiteit van Amsterdam (UvA), Amsterdam (Filosofie)
1999 Gerrit Rietveld Academie, Amsterdam
 
Scholarships
 
2008-2009 HeArtfund (fonds Stichting HeArtpool Hengelo)
 
Awards
 
2012 Sieger White Award
2011 Koninklijke Prijs voor Vrije Schilderkunst
2010 Buning Brongersprijs
   
Poetry awards
   
2008 El Hizjra-Literatuurprijs, Amsterdam
2007 El Hizjra-Literatuurprijs, Amsterdam
2002 El Hizjra-Literatuurprijs, Amsterdam

www.omarkouba.nl

Exhibitions

Solo  
   
2014 'Past the edge of circumstances', Galerie Nouvelles Images, Den Haag
2013 Galerie Nouvelles Images, KunstRAI, Amsterdam
'Omar Koubâa. Sieger White Award', Galerie Nouvelles Images, Den Haag
2012 'Omar Koubâa. Sieger White Award', Galerie Nouvelles Images, Den Haag
'Working with dark soil in a magnetic arena', Galerie Nouvelles Images, Den Haag
2011 'Korrespondenz, 2011', Galerie Münsterland, Emsdetten, DE
2010 'Cortex Contact', Galerie Nouvelles Images, Den Haag
2009 Akkuh, Hengelo
Kunstkick, Rijksmuseum Twenthe, Enschede
   
Group  
   
2017 'LOSKIJKEN', Galerie Nouvelles Images, Den Haag.
'Hengelo Toont', Heart Gallery, Hengelo
2016 Galerie Nouvelles Images, Art Rotterdam, Van Nellefabriek, Rotterdam
2015 'NI 55 JAAR | NI 55 YEARS', Galerie Nouvelles Images, Den HaagGalerie Nouvelles Images, Art Rotterdam, Rotterdam
'Prospects & Concepts', Art Rotterdam, Rotterdam
2012 'Wolveccampprijs', paralleltentoonstelling, Creatieve Fabriek, Hengelo
KunstRAI, Galerie Nouvelles Images, Den Haag
2011 Koninklijke Prijs voor Vrije Schilderkunst, Koninklijk Paleis Amsterdam
2010 'NI 50 YEARS, PART 2', Galerie Nouvelles Images, Den Haag
'NI 50 YEARS, PART 1', Galerie Nouvelles Images, Den Haag
'Buning Brongers Prijzen 2010', Arti et Amicitiae, Amsterdam
HeARTTWENTE, Hengelo
Art Amsterdam, Galerie Nouvelles Images, Amsterdam
2009 'Good Trip, Bad Trip', Dutch Art Institute, Kreta, GR
2008 'Roum', Creatieve fabriek, Hengelo
Eindexamenexpositie AKI, Enschede

 

Publications

2017 E. Bos, Loskijken, Galerie Nouvelles Images, Den Haag
2016 Dat belendende hier, J.Verhaaren Poëzie en beeld
2015 Prospects & Concepts, Mondriaanfonds toont talent, Mirjam Westen
2014 Catalogus tentoonstelling Droomkunst, collectie Gerard van Wezel
2012 C. Reinewald, 'Een leven lang werken aan één schilderij', Tableau Fine Arts Magazine, nummer 6, december 2011 | januari 2012, pp. 35-41
S. Spijkerman, 'Ik wist precies wat dat vierkantje dacht', Kunstbeeld, nummer 5, pp. 68-73
G. de Ridder, 'Dagelijkse werkelijkheid', Palet, jaargang 68, nummer 360, augustus | september 2012, pp. 48-51
2011 J. van der Sluis, 'Koninklijke Prijs voor Vrije Schilderkunst: Jongensdroom van Omar Koubâa gaat in vervulling', De Roskam, weekbald voor Twenthe, nummer 51 | 52
M. Dumas, W. Sütö, Koninklijke Prijs voor Vrije Schilderkunst, Stichting Koninklijk Paleis Amsterdam
J.J. van der Veen, Omar Koubâa, Korrespondenz | correspondentie, Akkuh (Aktuele Kunst Hengelo), Hengelo | Galerie Münsterland e.V., Emsdetten, DE
2010 C. Brouer, F. van Burkom, C. de Bueger, Buning Brongers Prijzen 2010, Buning Brongers Stichting, Amsterdam
2009 J. Noltes, J. van der Sluis, Omar Koubâa, Schilder, Heartfund-uitgave 2, Stichting HeArtpool, Hengelo
2008 H. Lassche (voorwoord), Roum, Jan Noltes Creative Company, Hengelo

 

Documentation

Evenwichtskunstenaar op de grens van de verbeelding

Omar Koubaa (Hengelo, 1979) lijkt op het eerste gezicht een zondagskind. Het jaar 2009 heeft hem ongelooflijk veel goeds gebracht: een beurs van het Heartfund op basis van zijn afstudeerwerk Cortex Contact (AKI Artez, 2008); toelating tot de internationale masterclass van Artez, het Dutch Art Institute (DAI); deelname aan de door de Commissaris van de Koningin geopende groepstentoonstelling ROUM in AkkuH en ook nog eens het geven van een workshop met expositiefaciliteiten  in het Rijksmuseum Twenthe. Allemaal zaken waarop iedere andere jonge kunstenaar met recht jaloers kan zijn.

 Maar dit succesjaar bracht hem niet louter hoogtepunten! Als geen ander kent Omar ook de schaduwkanten van de roem, de spreekwoordelijke dalen.  Omar Koubaa is namelijk behept met een buitengewoon brein: enerzijds is dat de gelukkige bron van al zijn creatieve uitingen in verf, muziek en taal, maar anderzijds stort datzelfde brein hem soms in een in een poel van twijfel en wanhoop. Juist doordat hij zoveel kan en wil, loopt hij af en toe vast in zijn verf en in zichzelf. Het bewaken en bewaren van de balans tussen zijn ontembare scheppingsdrang en zijn sluimerende angsten en twijfels kosten hem ontzettend veel energie, een proces dat van tijd tot tijd tot haperingen leidt in zijn ‘productie’. Het afgelopen jaar valt te vergelijken met een emotionele achtbaan, maar ook met een snelkookpan omdat hij in een kort tijdsbestek enorm veel over zichzelf en zijn artistieke ambities geleerd heeft.
Achteraf geeft hij toe dat hij de combinatie van het DAI en de Heartfundbeurs heeft onderschat. Toch zijn beide enorm vormend en inspirerend geweest. Hij heeft kunnen nadenken over zijn eigen positie binnen de schilderkunstige traditie en voelt inmiddels waar het naar toe moet met zijn werk.
In zijn afstudeerwerk, de serie Cortex Contact, verkende hij als het ware de kern van zijn creativiteit. In de woorden van zijn AKI-docent Kars Persoon: “Het kijken van Omar Koubaa raakt aan die overrompelende ontdekking dat het Beeld iets is wat verschijnt, iets is wat altijd net voor of voorbij het punt ligt waar men naar kijkt, als iets wat uit een voorruimtelijke achterwereld afkomstig is.” Persoon prijst de duizelingwekkende ruimtelijkheid van dit werk en de zuigende werking die ervan uitgaat. Voor Omar is daarbij de suggestie van beweging essentieel. Het werk is meer “in motie” dan emotie, benadrukt de jonge schilder met klem.
In zijn grote doeken onderzoekt en bepaalt hij zijn positie ten opzichte van zowel het traditionele landschapsgenre als het abstract expressionisme. Omars grote schilderijen zijn opgebouwd uit verschillende lagen acrylverf en kennen meerdere verdwijnpunten, aangegeven door perspectivische lijnen die hem tijdens het schilderen ‘ingegeven’ worden.
Het effect hiervan is dat je als kijker kunt verdwalen in deze ‘landschappen van de geest’.
Hij vertelt dat hij vaak uitgaat van talige associaties en dat hij probeert te raken aan een soort van collectief onderbewustzijn, misschien zelfs aan het universele menselijke vermogen tot het maken van beelden. Hij hoopt op een ‘anoniem déjà vu’ bij zijn toeschouwer, een moment waarop ook diens cortex in contact komt met de unieke menselijke kwaliteit van het verbeelden.
Het schilderen met acryl vergt veel van zijn energie, maar olieverf droogt hem te langzaam. De harde kleuren van het medium acryl dagen hem uit om het materiaal te ‘ontgiften’: als de kleur te hard blijft, stoot het schilderij de toeschouwer af, waardoor deze geen relatie met het doek aan kan gaan. Acryl vindt hij spannend onvoorspelbaar: het droogt nooit precies zoals je wilt: als je al schilderend een gedroomde kleur benadert, mag je tevreden zijn. Bovendien dwingt het materiaal je om de verfhuid gelaagd op te bouwen. Die gelaagdheid zorgt ook voor het voor hem zo kenmerkende spel met diepte: sommige partijen komen heel dichtbij, terwijl andere een bijna onpeilbaar veraf suggereren. Het woord ‘spel’ is hier misschien iets te lichtzinnig gebruikt, want Omar vertelt dat de zuigende dieptes die tijdens het scheppingsproces ontstaan hem soms letterlijk beangstigen. Het lijkt dan alsof de verf het over neemt en het doek een eigen leven gaat leiden. Hij spreekt van een ‘te hoog werkelijkheidsgehalte’, waarbij het doek voor hem niet meer plat is, maar letterlijk toegankelijk dreigt te worden, een bijna psychedelische ervaring. Op zo’n moment ontstaat vanuit het door hem bewonderde abstracte expressionisme binnen de traditie van het landschap een vervreemdende, maar intrigerende nieuwe wereld die je als beschouwer verleidt tot eindeloos kijken en (ver)dwalen.
Toch voelt hij sterk dat dit werk nog maar een tussenstation is op zijn weg naar wat hij ooit in verf hoopt te realiseren. Hij zoekt naar een grotere vormvastheid, waarbij hij de kleur wil intensiveren door haar ‘vast’ te zetten in het vlak met behulp van grotere monochrome vlakken, waarin toch van alles gebeurt. Terwijl in de serie Cortex Contact het ritme van de verftoets voor de balans zorgde, suggereren de doorbroken vlakken in zijn recentere werk visuele rustpunten. Er is geen vaste kijkrichting: je moet het doek met je ogen aftasten waarbij de snelheid van het kijken door de lijnen van het doek wordt gedicteerd en de energie van het schilderen tastbaar wordt in de kijkervaring.
In wezen streeft hij naar het onmogelijke: het zichtbaar maken van de kern van het creatieve proces, omdat hij voelt dat ergens op de grens tussen zijn denken en zijn beeldende intuïtie archetypische beelden sluimeren die – met een groot, maar bewust gebruikt woord - iets zeggen over de tijdgeest. Hij probeert in zijn schilderijen een identiteit te geven aan wat de zichtbare wereld in hem - en in velen van ons - teweegbrengt, waarbij verwondering en verwarring dicht bij elkaar liggen. Daarmee raakt hij aan iets wat zorgt voor een schok van herkenning bij de toeschouwer, die gegrepen wordt door iets waarvan hij het bestaan onbewust vermoedde.
Omar realiseert zich maar al te goed dat er tussen wat hij wil en wat hij tot nu toe heeft bereikt een kloof gaapt, omdat hij als volbloed romanticus per definitie reikt naar het onhaalbare.
Hij noemt zichzelf een ‘postromantische realist’. Een bijna ironische omschrijving voor iemand die voornamelijk abstract werkt, maar ook een term die iets wezenlijks zegt over hoe hij tegen zijn schilderkunst aankijkt. Het is hem wel degelijk ernst met het tonen van het onbenoembare.
Overigens is hij absoluut niet gekant tegen figuratie, iets wat ook blijkt uit het feit dat hij zijn meeste grote schilderijen als landschappen omschrijft. Zelf geeft hij aan dat zich ongeveer om de tien schilderijen een figuratief motief aan hem opdringt; waarbij het opvallend vaak gaat om personen die op de een of andere manier onderdrukt worden. Toch ligt zijn kracht meer in de abstracte werken waarin hij de hem zo kenmerkende imaginaire ruimtelijkheid en beweging creëert  Bijzonder is het zelfportret waarin zijn geabstraheerde beeltenis ‘gevangen’ is in gekleurd acryl. Een mooie metafoor voor dit jonge multitalent dat zich soms bijna veroordeeld voelt tot zijn roeping. Omar realiseert zich gelukkig steeds meer dat zijn bijzondere associatieve vermogens veel meer een zegen zijn dan een vloek. Ondanks de eeuwige twijfel raakt hij al schilderend steeds vaker in een ‘flow’, waarbij de daad van het schilderen hem in een staat van geluk brengt die je kunt vergelijken met mediteren. Hij valt op dat soort momenten samen met de mystieke bron van zijn talent, zonder dat de verf het van hem over neemt. De winst van dit jaar is dat hij – met vallen en opstaan - veel over zichzelf geleerd heeft. Door de financiële zekerheid en de atelierfaciliteiten van het Heartfund en de theoretische verdieping van het DAI heeft zijn creatieve werk een belangrijke impuls gekregen.
Het bijzondere van de schilderijen van Omar is dat de wervelende energie ervan overgaat op degene die ze aandachtig bekijkt. Omar Koubaa biedt ons inzichten en vergezichten in zijn fascinerende wereld en zet door zijn manier van schilderen onze zintuigen op scherp. Door hem realiseer je je als beschouwer eens temeer dat zien iets bijzonders is. Zijn talent is een gave aan ons.

Jet van der Sluis
Oldenzaal, juli 2009

 

 

Over het werk van OMAR KOUBAA

HET WERK IS EEN VISUELE EN MENTALE REIS.
DE HANDELINGEN HEBBEN DEEL AAN EEN EIGEN GESCHIEDENIS.
HET IS EEN DEEL HEBBEN AAN EEN GEBEUREN DAT HET ZELF AAN ALLE KANTEN TE BUITEN GAAT.
WAT WE ZIEN IS EEN IN IEDER OGENBLIK OPNIEUW BEGINNEN .
HET IS EEN TOE- EIGENEN EN WEER LOSLATEN.
EEN VOLGEN VAN SPOREN EN STEMMEN  IN EEN VERSCHUIVENDE RUIMTE
WAARIN STEEDS EEN NIEUW PERSPECTIEF VERSCHIJNT.
EEN MOGELIJK VAST BEGRIP, EEN ZEKER EINDE WORDT STEEDS OPGESCHORT.
IN DIT AMBIGUE GOLVEND WEEFSEL, IN DIT TRILLEND SAMENSPEL VAN  TASTENDE MOMENTEN
VERSCHIJNT  DAN EEN ANDERE DIMENSIE IETS VAN HET ANDERE

Het zien is het samentreffen, zoals op een kruispunt, van alle aspecten van het Zijn. Het oog vervult het wonder voor de ziel dat te openen wat geen ziel is, de gelukzalige  wereld van de dingen en hun God ,de ZON.

In het werk van OMAR KOUBAA is een onnoembare aanwezigheid, een instantie van materie die als spoor van hand en oog  mij uitnodigt  om lang te kijken. Een reizen in  nieuw licht door een andere ruimte. De kleuren, de onvatbare nuances  van het werk zijn het landschap dat mij provoceert. Deze aanwezigheid heeft de kwaliteit van het levende ogenblik.  Het staat open voor een worden: Ik word mij van mijn kijken heel bewust. Een samentreffen van het oog met iets zichtbaars waarvan de betekenis nog niet  vastligt, en waarbij dit “nog niet”  gerekt wordt uitgesmeerd en uitgesponnen in tijd en ruimte  in een op het eerste gezicht eindeloze reis..
In mijn kijken neem ik deel , wordt mijn kijken ook een handelen.
Het werk als technische  extensie van  de lijfelijkheid  is expressie.
Het beeld is een bezield lichaam. Een verbinding van subject en object.
Op het snijpunt van de ervaring tussen die van de schilder en de  mijne  reist mijn oog. Wat ik zie zweeft tussen leven en beeld.. Het zijn drukt, beeldt, spreekt, schrijft, zichzelf uit, wat wil zeggen: het is in het werk.
Het is er echter nooit volledig UIT zonder tegelijk geheel er IN te blijven.

Hier is steeds opnieuw een begin en altijd is er de vraag”Wat doet het”
Ik zwerf door het gekende en ongekende en weer terug, speur de tomeloze energie, een hymne aan het  onbevangen kijken.

Merleau Ponty schrijft ergens in zijn essay OOG en GEEST :
“Wat het zien ons leert moet letterlijk worden genomen: namelijk dat wij door het zien de zon, de sterren raken, dat wij overal tegelijk zijn, even dicht bij de verre als de nabije dingen, en dat zelfs ons vermogen om ons ergens anders voor te stellen---’ik lig in Petersburg in mijn bed; in Parijs zien mijn ogen de zon”--- en ons vermogen om onze blik vrij te richten op werkelijk bestaande dingen, waar ze ook mogen zijn, nog altijd aan het zien zijn ontleend en de middelen, die wij ervan hebben gekregen, opnieuw gebruiken. Alleen het zien leert ons dat voor elkaar verschillende,’uitwendige’ en vreemde wezens desondanks volstrekt samen zijn; het toont ons de ‘gelijktijdigheid’. “

Ieder werk afzonderlijk is een ervaring. Ik sta steeds opnieuw midden in een gebeuren wat zich aan een verbale vastlegging onttrekt. Mijn verwachting wordt doorkruist en ik raakt verzeild in een optische wakkerheid . In een verschijnen van Het Beeld welke mij iets onthult over de ervaring van het kijken. Maar niet alleen mijn eigen kijken. Het kijken Van Omar Koubaa raakt aan die overrompelende ontdekking dat het Beeld iets is wat verschijnt, iets is wat altijd net voor of voorbij het punt ligt waar men naar kijkt, als iets wat uit een voorruimtelijke achterwereld afkomstig is. Uit een proces ook waarin al het voorafgaande op intuitieve wijze bewaard blijft en meegenomen in nieuwe werken. En  hier wordt niet het zichtbare  nagebootst, maar het werk ‘maakt zichtbaar’ en is tegelijk dichtbij haar eigen ontstaan. Het lijkt zich steeds opnieuw uit zichzelf te vormen. Het ontwikkelt een manier om zich actief in de ruimte uit te strekken. De grote nauwkeurigheid waarmee de werkelijke bewegingen in de tijd  iets bewegends vervaardigen, de geur van de stilte, de grote verandering van plaats--als ik kijk ben ik niet meer hier--het spoor van een vallende ster. Het is in de gelijktijdigheid van al die verbindingen, een samentreffen van al die verschillende momenten die mij  van plaats doet veranderen en verrukt. Het is een aanwezigheid die de ruimte overschrijdt. In de werkelijkheid staat de tijd niet stil. Ik zie iets van de metamorfose van de tijd, van de vele verschillende momenten die vaste voet hebben in Het Beeld . En ik ben in dit kijken niet langer hier.

Kars Persoon